Bewuste Bouwers, beste buren!

YOU, ME, (VIR)US – Tjeerd Roozendaal (Rijkswaterstaat) “Nu geldt voor de hele sector: vasthouden die handel”

Door: Barbara van Baarsel – Buro Barcode
In deze portrettenreeks spreken we met mensen uit de bouwsector. We zijn in gesprek met brancheverenigingen, bouwbedrijven, ingenieurs, bestuurders, vastgoedexperts, oudgedienden en jonge honden, om te zien hoe onze sterke sector zich staande houdt in dit Corona-tijdperk. Om te leren van elkaars insights en visies. Ter verbroedering en inspiratie. De geïnterviewde geeft met een prangende vraag het woord aan de volgende. Zo houden we deze ‘kettingbrief’ levend en relevant.

Martijn Smitt, Executive Director van Ballast Nedam, stelt zijn vraag aan Tjeerd Roozendaal, HID (hoofdingenieur directeur) bij Rijkswaterstaat, voor PPO (Programma’s, Projecten en Onderhoud).

 “Voor ons is RWS een van de belangrijkste samenwerkingspartners. In de ‘oude’ wereld waren alle partijen geneigd om steeds het contract erbij te pakken, wat nog weleens resulteerde in een patstelling. Wat mij betreft zorgt zo’n rigide lezing van het contract ervoor dat het document het doel wordt in plaats van het middel. De huidige situatie dwingt ons om elkaar nòg beter vast te houden, te begrijpen wat ieders worstelingen zijn en om elkaar te helpen. Wat zijn dan nu de belangrijkste elementen en wat is de juiste manier om samen te werken?”

Tjeerd: “Ik denk dat deze tijd van ons vraagt dat we als opdrachtgever én -nemer nog meer respect hebben voor elkaars rol en belangen. En dat zeg ik bewust in één zin, omdat rollen en belangen met elkaar samenhangen in de keten. Eigenlijk is dat niet anders dan voorheen. Het ging altijd al om bereidheid, en die wordt nu hopelijk groter. Immers, een crisis verbindt en versnelt. Hopelijk geldt dat ook voor de bereidheid om voorover te leunen, je oor nog dichter bij de ander te leggen om te vragen hoe het gaat en wat je voor elkaar kunt betekenen.”

Is dat heel anders dan voor de crisis?

“Nee, we waren al intensief in gesprek met elkaar over onder meer risicoverdelingen, lagere tenderkosten en het aanjagen van innovatie in de keten. Die gesprekken gaan ook nu in goede sfeer door. Helaas worden we behoorlijk gedwarsboomd de laatste tijd door zaken als stikstof, PFAS en nu weer corona. Maar, we houden gewoon vol!”

En hóe houden jullie vol? Ik zie op de website bijvoorbeeld dat PPO’ers onderling altijd kennis delen, hoe gebeurt dat momenteel?

“Ook hier zie je ons terugvallen op techniek. Alles is digitaal en we doen meer met het beeldscherm dan ooit tevoren. Er worden nieuwe app-groepen gestart om elkaar sneller te bereiken, waardoor dwarsverbanden door de organisatie ontstaan, die niet te overbruggen zijn met e-mails en koffiepraatjes. Inhoudelijk is dat goed, en het stimuleert bovendien sociale initiatieven. We hebben letterlijk Skype-koffieafspraken in de agenda, en dan drinken we allemaal vanuit huis uit eigen mok! Die afspraken zijn er met collega’s, maar ook met marktpartijen en aannemers; het is dat momentje waar je normaal gesproken tijd voor neemt vlak voor of na een vergadering.”

Merk je dat er door deze crisis meer ruimte of tijd ontstaat voor deze momenten?

“Het is bij ons nu drukker dan ooit. Uit eigen ervaring kan ik zeggen dat ik geen extra ruimte of tijd ervaar, omdat we veel zorg hebben over het werk buiten; dat moet doorgaan. We moedigen collega’s aan om af en toe een middag vrij te nemen of wél die koffieafspraak door te laten gaan omdat ze juist meer en langer aan het werk zijn dan normaal. Of omdat ze vinden dat ze evenveel werk moeten verrichten in hun thuiswerksituatie.”

Ik kan mij voorstellen dat het toverwoord nu ‘productie’ is, klopt dat?

“Ja, daar ligt echt onze focus op! We willen zorgen dat het werk doorgaat. Toen we aanvoelden dat het kabinet met maatregelen zou komen, zag je dat sommige collega’s marktconsultaties of andere afspraken wilden uitstellen. Maar mijn eerste reactie was om niets uit te stellen, juist alles op te pakken, desnoods op een andere manier om de motor draaiende te houden. Door dat gevoel te uiten bij de andere directeuren ontstond een schwung die door iedereen werd omarmd. Ik zie dat aanbestedingen doorgaan en waar dat kan wordt werk naar voren gehaald. Iedereen is hard aan het werk om Nederland draaiend te houden.” 

Helpt het protocol ‘Samen veilig doorwerken’ daar bij?

“Ja, en het is een voorbeeld voor andere branches. Ik vind het echt stoer dat we dit voor elkaar hebben gekregen met elkaar en dat de uitvoering veilig en verantwoord doorgaat. Nu geldt voor de hele sector: vasthouden die handel.”

Zijn RWS-projecten tot nu toe (nog) niet uitgesteld?

“Ik kan je zeggen dat ik niet één project op kan noemen dat als gevolg van corona is gecanceld. Het valt ongelooflijk mee. Er zijn wel wat vertragingen uiteraard, maar dat zit ‘m dan bijvoorbeeld op het veiligheidsplan van de aannemer dat nog niet gereed is. Dat soort zaken is in de praktijk snel geregeld. Ik prijs die enorme veerkracht van onze markt. Hoewel ik natuurlijk ook andere geluiden hoor van kleinere overheden die vanwege het thuiswerken minder flexibiliteit hebben in hun organisatie waardoor zaken stagneren.”

Hoe zie je dan de toekomst in de breedte voor de sector voor je?

“Ik ben niet pessimistisch. Wij zijn met Rijkswaterstaat wel een grote opdrachtgever, maar ook als je naar de Nederlandse gemeenten kijkt, zie je dat daar ongelooflijk veel werk vandaan komt. En we willen allemaal nóg meer werk doen samen met de markt. Logisch ook, want we hebben ongelooflijk veel vernieuwing en vervanging in onze kunstwerken zitten, we blijven nieuwe projecten lanceren voor de aanleg van infra en de orderportefeuille is groter dan ooit! Ik las wel net een onderzoek waarin stond dat we mogelijk tot 2025 op gepaste afstand ons werk moeten verrichten. We zullen allemaal bereid moeten zijn om dat soort zaken opnieuw uit te vinden met elkaar.”

Kun je nog iets noemen wat we opnieuw uit zullen moeten vinden?

“Ha! We hadden al een hele hoop op stapel liggen, zoals voor de thema’s veiligheid en duurzaamheid. Het zet mij wel aan het denken en ik realiseer me dat ik mij bewuster ben van wat ik wil bijdragen aan de wereld. Ik hoop dat de bouwsector, waar wij 100% onderdeel van zijn, op het punt van verduurzaming forse stappen zal zetten. Het zal pijn doen, maar het zal ook wat opleveren. En ook hoop ik dat er meer veiligheidsbesef ontstaat. Dat we bewust zijn van risico’s en ons dwingen tot vergaande maatregelen. Over corona doen we niet stoer… hopelijk blijft dat besef ook hangen als deze periode voorbij is.”

Zie je daar een rol weggelegd voor Bewuste Bouwers?

“Ik ken een aantal ‘Bewuste Bouwers’ en ik heb veel vertrouwen in de werkwijze van deze bouwbedrijven. Zij doen geen enkele concessie op het gebied van veiligheid en duurzaamheid. Ik hoop dat zij, mede dankzij de gedragscode, ook nu niet terugvallen. Eerlijk: over een jaar of twee als we terug kunnen kijken op deze periode, kun je het kantelpunt pas aanwijzen. Hopelijk zien we dan een volgende knik in de curve omhoog op het gebied van veiligheidsbesef én innovatiegraad.”

Welke rol neem je daar zelf in?

“We praatten vaak over opdrachtgever en opdrachtnemer, maar de keten is zo enorm veel groter; we doen het met z’n allen en daar horen ook onderaannemers, leveranciers en ZZP’ers bij. Mijn vingers reiken niet zo ver, maar ik hoop dat ik de positieve verhalen van onder andere Bewuste Bouwers kan blijven lezen en delen. Ook omdat iedereen in de keten onlosmakelijk verbonden is aan het succes dat we met elkaar realiseren. We zijn samen verantwoordelijk voor de keten en die verantwoordelijkheid voel ik zelf ook sterk.”

Welke vraag zou je willen stellen aan Martine Sonneveld, Hoofd Inkoop Ingenieursbureau Gemeente Amsterdam?   

“Leuk, ik ken haar goed; we waren collega’s. Ik vraag mij af wat deze stoere vrouw persoonlijk doet om deze crisis voor haar en haar medewerkers zo goed mogelijk te doorstaan. En, hoe zij daarin verantwoordelijkheid neemt.”

Lees ook:
YOU, ME, (VIR)US