Bewuste Bouwers, beste buren!

YOU, ME, (VIR)US – Biense Dijkstra (Directeur Bouwgroep Dijkstra Draisma)

Fotografie: IMAZZO

Artikel door: Barbara van Baarsel – Buro Barcode

In deze portrettenreeks spreken we met mensen uit de bouwsector om te zien hoe onze sterke sector zich staande houdt in dit corona-tijdperk. Om te leren van elkaars insights en visies. Ter verbroedering en inspiratie. De geïnterviewde geeft met een prangende vraag het woord aan de volgende. Zo houden we deze ‘kettingbrief’ levend en relevant.

Doekle Terpstra, voorzitter Techniek Nederland, stelt zijn vraag aan Biense Dijkstra van Bouwgroep Dijkstra Draisma: “Hoe denk je over klassieke termen als hoofd- en onderaannemer?”

Biense: “Dat zijn traditionele termen die niet passen bij ons vooruitstrevende bouwbedrijf. In de volksmond worden we nog wel eens de aannemer genoemd, maar in de praktijk zijn we bezig met design & build-projecten; we dagen partijen uit om ketensamenwerkingen aan te gaan. We streven naar gelijkwaardigheid onder bouwers en installateurs.”

Familiebedrijf Bouwgroep Dijkstra Draisma neemt een voortrekkersrol in om de bouw te vernieuwen en te verduurzamen. In de afgelopen jaren transformeerde het bedrijf uit het hoge Noorden van aannemer naar aanbieder. Bouwgroep Dijkstra Draisma biedt producten en diensten aan en is daarin verantwoordelijk voor het gehele proces: total cost of ownership.

Je kunt dan spreken van wederzijdse afhankelijkheid. Daar is een andere manier van werken bij nodig. Hoe kijk jij daar tegenaan?

“Het gaat er in ieder geval om dat je samenwerkt met de juiste partijen op basis van vertrouwen. Je kunt dat al herkennen aan de betalingsmores: wij betalen binnen 30 dagen en voor preferred suppliers geldt zelfs een termijn van 8 dagen. Dat klinkt misschien bijzonder, maar daar zit wel de essentie voor een geslaagde samenwerking. Je streeft hetzelfde doel na, dus vertrouw je elkaar ook je portemonnee toe. Dan vervagen grenzen tussen neven- en onderaannemers of installateurs. Je vormt een keten.”

Dat sluit aan op jullie missie ‘Samen voorop richting de duurzame toekomst’, om een bijdrage te leveren aan het realiseren van de klimaatdoelstellingen. Heb je een voorbeeld van een geslaagde ‘alliantie’?

“We zijn al vijf jaar een van de ketenpartners van woningcorporatie Elkien. Zo houden we ons samen bezig met assetmanagement in het kader van total cost of ownership. We kijken aan de hand van de wensen van Elkien wat de meest passende oplossing voor ieder vraagstuk is: ontwikkelen of bestaand vastgoed aanpassen. We maken keuzes voor de lange termijn, want daar ligt het belang van de opdrachtgever. De bouw en installatietechniek hebben te lang en te veel langs elkaar geopereerd; met als gevolg dat er met de vinger werd gewezen naar een installateur, aannemer of de architect als er iets fout ging. Nu nemen we samen verantwoordelijkheid voor de producten die we maken; daarin bewegen we ons van aannemer naar aanbieder. We verwezenlijken met elkaar de wens van de opdrachtgever. Wat ik een prettig uitgangspunt vind voor een geslaagde samenwerking: behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden. Dan krijg je mensen om je heen die waarde toevoegen aan het proces.”

Hoe krijg je de 400 vakmensen van Bouwgroep Dijkstra Draisma mee in dat nieuwe ‘denken en doen’?

“Door enerzijds de cirkel van invloed van onze medewerkers te vergroten; open te staan voor hun ideeën en suggesties, bereikbaar te zijn en hen mee te nemen in beslissingen. Anderzijds door ervoor te zorgen dat iedereen elkaar begrijpt op basis van zijn of haar kleurtype uit de DISC-test; ben je groen, geel, blauw of rood? Begrip zorgt op die manier voor een betere afstemming en communicatie. Niet alleen in de uitvoering, maar al veel eerder in het ontwerpproces. Zo stellen we sterke teams samen en kunnen we processen optimaliseren, onder andere met de Scrum-methodiek.”

Zowel naar binnen als naar buiten toe speelt samenwerking duidelijk een essentiële rol in de bedrijfsvoering. In dat licht: heeft corona hierin betekenis gehad?

“Niet voor het versnellen van samenwerkingen. Op het gebied van communicatie heeft corona wel veel veranderd. We zitten in het Noorden en moeten nu eenmaal vaker naar het Westen om producten en diensten te leveren, maar ook voor vergaderingen. Dat was al mede de reden om een industriële bouwer te worden. Maar nu hoeven we nauwelijks nog te reizen voor overleggen, alles gaat via Microsoft Teams of vergelijkbare platforms.”

Je triggert mij met de term ‘industriële bouwer’. Vooral omdat ik ook gelezen heb over jullie woningoplossing van de toekomst. Ontwerpen gaat digitaal en de robot doet de rest. Wat betekent dit voor de vakmensen én voor de omgeving van bouwplaatsen?

“We hebben een product ontwikkeld dat in de fabriek wordt gemaakt; we kunnen in een dag een volledig huis afleveren waarin je in principe direct kunt wonen. Na vier dagen is alles, inclusief het schilderwerk, gereed. Op de eilanden kunnen we er zelfs twee op een dag realiseren. Dat betekent voor de omgeving dat we veel korter voor overlast zorgen; in gebouwde gebieden is dat een verademing. Overigens zijn deze huizen vijf keer beter dan de BENG-norm én zijn ze volledig demontabel. In de fabriek maken we 8 woningen per dag in 16 verschillende plattegronden, in elk gewenst formaat en met elke steensoort. Hoewel we er al jaren mee bezig zijn, zal deze innovatie zich steeds verder ontwikkelen. Wat dit betekent voor vakmensen? Zij zullen altijd nodig zijn, en gezien de schaarste van deze groep zal er ook voldoende werk blijven. Maar wij zijn ervan overtuigd dat er ook andere bouwmethoden nodig zijn om aan de grote opgaves die er liggen te kunnen voldoen. Het aantal medewerkers in onze fabriek is in de afgelopen jaren verdubbeld, terwijl de productie is vervijfvoudigd. Industrialisatie gaat niet ten koste van de vakmensen, maar levert juist meer banen op, in verschillende disciplines.”

Dat klinkt als een indrukwekkende ontwikkeling…

“Dat is het ook zeker! We hebben onlangs 24 woningen in 24 dagen in Natura 2000-gebied gerealiseerd. Het is een mooi eindproduct met nauwelijks CO2-footprint. Bijna alle producten kunnen we terug naar de basis krijgen. Ik zeg bewust ‘bijna’ want circulariteit noem ik circulariekoek! Wij zijn verder dan de meeste bedrijven en zoeken naar een ultieme uitvoering om écht materialen te gebruiken die duurzaam zijn en circulair, dus steeds weer opnieuw, toegepast kunnen worden.”

Ik vind het bijzonder hoe bevlogen en enthousiast je klinkt, terwijl dat niet het geluid is dat ik nu over het algemeen hoor…

“Natuurlijk hebben we een dip gehad toen de coronacrisis startte; we kregen 80 mensen retour die op renovatieprojecten bezig waren. Dat was even schrikken, want je wilt hen wel in de benen houden. Even zijn we gekrompen, maar de portefeuille is nu al sterk groeiende, corona heeft werk slechts uitgesteld. Ook met stikstof hebben we problemen gekend en naar oplossingen gezocht. Je moet slim zijn en je niet neerleggen bij conclusies van – met alle respect – adviesbureaus. Verdiep je erin en bemoei je ermee, dat houdt je scherp. Daar waar iedereen nu stilstaat door stikstof, PFAS of corona, gaan wij gewoon door. We hebben niet te klagen, we zijn in feite de witte raaf: inmiddels laat onze meerjarige portefeuille weer een substantiële groei zien. Dat komt ook door onze nieuwe aanpak: design & build- en woningbouwprojecten in prefab. We hebben al 3.000 mensen onze fabriek laten zien en ook de politiek raakt steeds meer geïnteresseerd. De hele energietransitie is voor 80% een maatschappelijk vraagstuk en voor 20% een technisch vraagstuk. Wij laten zien dat het technisch mogelijk is, maar focussen ons vooral op de sociale kant van de uitdaging.”

Wat staat op dit moment op jullie innovatie agenda?

“Heel veel! We zijn met 30 innovaties bezig, waaronder een alternatief op de warmtepomp. Daar zijn we al jaren druk mee, er zitten al miljoenen euro’s in. De huidige warmtepompen presteren matig, maar wij willen onze gebouwen goed ontwerpen om teleurstellingen te voorkomen. Daarom hebben we testkamers laten bouwen, niet om te blamen & shamen, maar om de opdrachtgever het optimale te bieden. Ook zijn we onder meer met verwarmbaar behang bezig. Ja écht, je kunt het er zo op plakken. Het behang levert warmte in de vertrekken waar je dat wilt. Het is gekoppeld aan je horloge, zodat het de temperatuur wordt die jij comfortabel vindt. Zeer efficiënt dus!”

Bij Bewuste Bouwers staan houding & gedrag centraal. Wat is jou de laatste tijd opgevallen als het gaat om houding & gedrag bij jouw bedrijf?

“Wij hebben in de eerste periode vooral veel teruggekregen van het personeel. Ze hebben bijvoorbeeld meteen 1.000 schermen voor bouwhelmen laten produceren bij een lokale onderneming. Zelf hadden we er 500 nodig en de rest werd gretig afgenomen. Ook bedachten onze vakmensen schermen voor de werkbussen (doorzichtige tafelkleden met ophangringen, red.). Achteraf werden ze afgekeurd door het RIVM, maar het gaat erom dat onze timmerlieden creatief en inventief omgingen met de nieuwe werkelijkheid. Ze gingen op zoek naar dingen die nog wel kunnen!”

Welke voorwaarden zou je willen stellen aan de bouwplaats van de toekomst?

“De bouwplaats van de toekomst moet in mijn beleving nog steeds voldoen aan de eisen zoals die nu ook al gelden. Met oog voor de medewerkers en betrokkenen op de bouwplaats, maar ook juist voor de omgeving. Voor mij is Bewuste Bouwers een bevestiging voor hoe je op een bouwproject hoort te werken. Voor sommige bedrijven kan het aanleiding zijn om juist zo te gaan werken. En dat is goed.”

Wat zou je willen zeggen tegen de politiek of opdrachtgevers in algemene zin?

 “In het krimpgebied waar wij actief zijn moeten we altijd inventief zijn; we zijn halfvolle glazen gewend! Nu breken bijzondere tijden aan en vragen we de overheid bij te dragen en te faciliteren. Zorg dat innoverende partijen en nieuwe werkwijzen worden gestimuleerd.”

Tenslotte, aan wie wil je het stokje doorgeven en welke vraag stel je hem?

“Aan Leen van Dijke, bestuursvoorzitter van vereniging Stroomversnelling, met de vraag: welke impact heeft de industriële aanpak voor de toekomst van de bouw?”

Lees ook:
YOU, ME, (VIR)US