Bewuste Bouwers, beste buren!

YOU, ME, (VIR)US – Doekle Terpstra (Voorzitter Techniek Nederland)

Artikel door: Barbara van Baarsel – Buro Barcode

In deze portrettenreeks spreken we met mensen uit de bouwsector om te zien hoe onze sterke sector zich staande houdt in dit corona-tijdperk. Om te leren van elkaars insights en visies. Ter verbroedering en inspiratie. De geïnterviewde geeft met een prangende vraag het woord aan de volgende. Zo houden we deze ‘kettingbrief’ levend en relevant.

Annet Bertram, Directeur-Generaal bij het Rijksvastgoedbedrijf, stelt haar vragen aan Doekle Terpstra, voorzitter Techniek Nederland: “Je vertegenwoordigt een belangrijk onderdeel van het bouwproces en zit in een schakelpositie. Welke vertragingen zie jij nu ontstaan en wat kan vanuit jouw branche gedaan worden om die te doorbreken of te versnellen?”

Doekle: “We zeiden direct na de eerste persconferentie van de premier tegen elkaar dat de slimme lockdown zaken mogelijk maakt, in plaats van onmogelijk. Daar waar bij andere sectoren de seinen op rood gingen, hebben wij creativiteit en inventiviteit gestimuleerd en tentoongespreid. Media hebben de wijze van samenwerking tussen onze sector, het ministerie van Binnenlandse Zaken, het Rijksvastgoedbedrijf, Bouwend Nederland, netbeheerders en andere stakeholders niet benoemd, maar het was en is een groot compliment waard. De werkzaamheden in de keten konden grotendeels doorgaan en parallel daaraan werd aanspreekgedrag gecultiveerd. Ter illustratie: als een netbeheerder vond dat werkzaamheden achter de voordeur niet mogelijk waren, bedachten we een manier om dat op basis van de condities van het RIVM wél te doen. Zo maakten we met elkaar mogelijk dat we door konden. Ik ben vol lof over de wijze waarop al die partijen dat hebben gedaan en hoe zij en wij met elkaar allianties vormen die voor corona niet mogelijk leken. Samen werken we anticyclisch en halen we werk naar voren om de orderportefeuille gevuld te houden.”

Zie je daarin risico’s voor de toekomst?

“Ja, ik zie daar nog wel risico’s in, dat de investeringen niet loskomen, want dan krijgen we het alsnog om de oren. Toch heb ik ook vertrouwen in onze inventiviteit zoals we bij Rijkswaterstaat hebben laten zien. Er werd door RWS aangegeven dat er niet genoeg medewerkers waren om werk naar voren te halen. Wij hebben vanuit de bouw- en technieksector – nog in de pre-concurrentiële fase – aangeboden onze beste mensen beschikbaar te stellen om kennis over te dragen. Iedereen werkte mee en dat past in het nieuwe adagium: samenwerken is het nieuwe concurreren want de opbrengst is daarmee voor iedereen groter. Om terug te komen op de risico’s: we hebben politieke besluitvormers nodig die op provinciaal en gemeentelijk niveau de binnenlandse bestedingen overeind houden. Deze mindset bij overheden is van het grootste belang voor de bouw- en technieksector.”

Hoe zorg je ervoor dat dit belang alle aandacht krijgt?

“Wij zijn volop in gesprek met provincies en lokale besturen, want juist daar liggen enorme uitdagingen op het gebied van mobiliteit, de energietransitie, woningbouw en infrastructuur. De nieuwe manier van samenwerken moet zich wel vertalen in goed gedrag, hoewel ik daar nog niet in alle opzichten gerust op ben. Als het niet resulteert in adequate besluitvorming volgt alsnog uitval van werk…”

Wat zou in ieder geval nodig zijn om het werkbaar te maken?

“De techniek moet ondersteunend zijn en het moeten beveiligde omgevingen zijn. Het nut en de voordelen van thuiswerken zijn in ieder geval aangetoond de afgelopen tijd.”

Voorzie je dan een zelfde situatie als tien jaar geleden voor de sector?

“We hadden toen te maken met een totaal andere crisis. Nu weten we dat we anticyclisch moeten investeren en het kabinet werkt daarin mee met een pakket aan maatregelen. De lesson learned uit de vorige crisis is dat we geen vakmensen moeten laten gaan, we moeten er alles aan doen om goede mensen vast te houden en nieuwe mensen aan te trekken, zoals zij-instromers. Menselijk kapitaal moeten we verder ontwikkelen, anders spannen we het paard weer achter de wagen, terwijl de opgave onverminderd groot is en wij de enablers zijn van alle mogelijke maatschappelijke vraagstukken die op de agenda staan. Mijn stelling is: wij zijn per definitie van de toekomst!”

Welke rol vervult Techniek Nederland op dit moment in de sector?

“Techniek wordt in de gebouwde omgeving steeds belangrijker. Of het nu gaat om de duurzaamheidsagenda, smart buildings of ventilatie in gebouwen, in toenemende mate wordt helder dat techniek cruciaal is voor de beleving, het comfort, de veiligheid en de energiezuinigheid van een gebouw. Techniek is dus steeds vaker bepalend voor het succes van een bouwproject. De installatiequote, het aandeel van techniek in de totale bouwsom, blijft toenemen en bedraagt inmiddels de helft van de geïnvesteerde som. Het grote belang van techniek leidt ertoe dat de aard van het installatiebedrijf verandert, dat het meer optreedt als regisseur en niet alleen uitvoerend werk verricht, maar vanaf de ontwerpfase betrokken is. Een installatiebedrijf gaat een duurzame relatie aan met de klant en daarmee verandert het hele speelveld in de sector. Daarom is de samenwerking met Bouwend Nederland ongelooflijk van belang! De schil van het gebouw en de techniek, de content dus, vinden elkaar op die manier in de afstemming. We maken elkaar sterk en daarmee kunnen we bouw en techniek veel beter positioneren dan nu het geval is.”

Begin dit jaar gaf Techniek Nederland tijdens de Bewuste Bouwers Boost een presentie, genaamd SCENARIO2040. Het ging over langetermijndenken en hoe de wereld er in 2040 uit zal zien, met als dilemma: gaat het dan om welzijn of om welvaart? Wat is jouw visie op de verre toekomst in relatie tot de installatiebranche en de behoeften van onze maatschappij?

“Ik vind dat een belangrijk document voor de sector. Het is geen actieplan en ook geen toekomstplan, maar het schetst twee scenario’s. In mijn optiek is er geen ander scenario mogelijk dan de Green New Deal. Welzijn van mens, natuur en milieu staan in dit scenario centraal en het belangrijkste doel is om de schade aan de planeet zoveel mogelijk te herstellen. Dat is voor de bouw en de techniek natuurlijk super-interessant en tegelijk uitdagend! Hierbij past de ontwikkeling naar circulair bouwen en daar zijn we volop mee aan het experimenteren. De ontwikkeling is niet meer te stoppen en daarom moeten we ons ook meer ontwikkelen op dat vlak; het moet mainstream worden. Ook hier geldt dat we als sector een grote bijdrage kunnen leveren aan een maatschappelijk probleem. Ik zie dat er op beleidsniveau in Den Haag volop over wordt gesproken, en ik zie óók dat het bedrijfsleven hierin echt vaart begint te maken met concrete projecten. Inspirerend!”

Laten we eens een paaltje slaan in de toekomst, hoe ziet de wereld er dan uit?

“Ik denk dat de wereld er groener uitziet. Ik ben van nature een optimist! Wat mensenhanden teweeg hebben gebracht, kunnen ze ook herstellen. Als we maar de wil hebben. Ik zet mijn kompas niet op datgene wat ik moet, omwille van een afspraak in Parijs. Maar ik zet het op mijn intrinsieke motivatie. Er is geen alternatief, we moeten dit doen en ervoor oppassen dat de volgende generatie het als een aap op onze schouder zet; we zijn met elkaar verantwoordelijk voor het probleem. Als protestant voel ik mij senang bij het beeld van rentmeesterschap; we hebben de wereld in gebruik, maar niet om haar op te eten. Iedereen moet haar netjes achterlaten.”

Stel dat installatiebedrijven meer gaan optreden als hoofdaannemer, zou je het dan belangrijk vinden dat zij zich ook aansluiten bij BB?

“Dat is cruciaal! We zullen een paradigmashift moeten laten plaatsvinden. Beeldend kun je zeggen: van gebouwde muren naar technische installatie en dan weer terug naar muren. Toch vind ik het heel belangrijk dat installatiebedrijven, maar ook bouwers zich niet manifesteren als hoofdaannemer, dat vind ik ‘oud denken’. De term hoofdaannemer zou niet meer moeten bestaan. Het gaat erom dat de keten in de bouw snapt dat er wederzijdse afhankelijkheid is en daar is een andere manier van werken bij nodig. Dus: de piramide moeten we slechten en de cirkel organiseren!”

Dat heeft met houding & gedrag te maken, waar het bij Bewuste Bouwers ook vaak over gaat. Tijdens corona kwamen die aspecten nog meer onder een vergrootglas te liggen. Wat is jou opgevallen als het gaat om houding & gedrag binnen jouw sector?

“Ik heb in die eerste weken echt een wow-gevoel gehad; we stonden allemaal in de actiestand en waren geweldig gedreven vanuit het idee: als het niet kan zoals het moet dan moet het zoals het kan! Dus elkaar bellen, confronteren, spiegelen, aanvullen, ideeën en suggesties delen; die adrenaline leverde ons veel op. Nu zie je weer een vorm van consolidatie, maar ook iets van weer terugvallen in oude patronen en dat is natuurlijk jammer. Ik zou willen pleiten om alles wat met hiërarchie in de bouw te maken heeft direct te stoppen. We kunnen het beste resultaat voor de klant bereiken als we het samen doen. Daar zitten elementen in van geloofwaardigheid, vertrouwen, betrouwbaarheid en elkaar iets gunnen. Dus niet denken ‘ik beconcurreer je totdat je erbij neervalt’. Want dat is het klassieke marktdenken.”

Welke voorwaarden zou je willen stellen om dat te bereiken op de bouwplaats van de toekomst?

“We moeten het cultiveren, want je kunt het oude denken niet met een knip van de vinger loslaten. Wat in decennia gebouwd is, is lastig te veranderen. Maar het is niet onmogelijk! Het begint op bestuursniveau en moet doorsijpelen op de bouwplaats. Wat daarvoor nodig is? Goed blijven praten met elkaar en samen bepalen vanuit welke referentie je eigenlijk wilt werken…”

Aan wie geef je het stokje door?

“Biense Dijkstra, directeur van Bouwgroep Dijkstra Draisma in Dokkum en Bolsward, met de vraag: ‘hoe denk je over klassieke termen als hoofd- en onderaannemer?’”

Lees YOU, ME, (VIR)US